Spraakstoornis

Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Het kind spreekt niet, spreekt weinig of zeer onverstaanbaar. Het kan slechts enkele klanken maken om zichzelf duidelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn kinderen die zeer weinig en korte uitingen gebruiken, soms herhalen ze enkel één en hetzelfde soort woord of klanken.

Kinderen proberen dan wel de intonatie van een zin te gebruiken maar herhalen continu hetzelfde woord. Dit spraakprobleem heet ontwikkelingsdyspraxie. Deze stoornis heeft te maken met de bewegingen van het spraakorgaan. Het betreft het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken. Het komt voor dat een kind een klank in het ene woord wel kan maken maar in een ander woord niet. Ook andere mondmotorische bewegingen kunnen hiervan problemen ondervinden zoals het eet- en drinkproces. Deze stoornis gaat niet vanzelf over als het kind ouder wordt. Het is belangrijk om logopedische hulp in te schakelen om het kind op de juiste manier te begeleiden en te stimuleren.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt de spraak en de mondmotoriek van het kind en stelt een diagnose. Tijdens de behandeling wordt gewerkt aan het aansturen van de spraakbewegingen.

Gestart wordt met mondmotorische oefeningen om alle mondbewegingen te oefenen. Daarna worden spraakklanken apart geoefend, gekoppeld aan symbolen en/ of gebaren. Belangrijk voor het behalen van succes is het thuis herhalen van de oefeningen. De logopedist begeleidt de ouders/ verzorgers met de oefeningen. Daarnaast worden er adviezen gegeven om te communiceren. Het is van belang kinderen met spraakproblemen zo vroeg mogelijk te begeleiden voor de spraakontwikkeling. Deze kinderen kunnen al vanaf 2 á 3 jaar bij een logopedist terecht.

Problemen in de fonologische ontwikkeling

Problemen in de fonologische ontwikkeling uiten zich door articulatiefouten. Er zijn twee soorten articulatiefouten: fonemische/ fonologische articulatiefouten en fonetische articulatiefouten.

Een kind met fonetische articulatieproblemen maakt de goede klank op de verkeerde plek en een kind met fonologische articulatieproblemen heeft moeite met de betekenis van een klank. Hierdoor wordt de algehele articulatie vervormd en kan de spraak minder of onverstaanbaar zijn. Dit kan leiden tot problemen in de communicatie. Daar waar die processen in de spraak van een kind met een normale fonologische ontwikkeling al verdwenen zijn, blijven die bij kinderen met een fonologisch articulatieprobleem bestaan. Het kind heeft zich de klanken van een woord onvoldoende eigengemaakt en heeft ook vaak moeite met het herkennen van de foutieve articulatie bij zichzelf. Het kind kan het wel horen bij een ander als die het woord foutief benoemt maar herkent het niet bij zichzelf. Voorbeelden van fonologische articulatieproblemen zijn:

tok (= sok), tit (= vis), teen (= steen), tat (= kat), fiet (= fiets)

Wat de logopedist doet?

Een logopedist onderzoekt de articulatie en stelt daarna de diagnose en maakt een behandelplan. De behandeling wordt opgestart op een speelse manier met auditieve discriminatie. Zodra het discrimineren tussen klanken 100% is zal de logopedist doorgaan met het aanleren van de juiste klanken en het leren gebruiken van die klanken in woorden. 

Websites

www.taalexpert.nl

www.nvlf.nl